6e Zwolse Longkanker Symposium
AstraZeneca BV
SymposiumOmschrijving en leerdoelen
1. SCLC – ‘A bit about BiTEs, BiTe de toxiciteit ons niet?’ - dr. Daphne Dumoulin, longarts, Erasmus MC
De kennis en kunde vergroten m.b.t. nieuwe immuno-oncologische strategieën bij kleincellig longcarcinoom, met focus op bispecifieke T-cel engager (BiTE) therapieën en bijwerkingenmanagement. Vanuit het perspectief van een longarts. Kijken wat de nieuwe opties van behandeling zijn voor de patient. Welke uitkomsten laten de studies met imuuntherapie zien bij SCLC. Hoe maak je een keuze welke patienten je welke behandeling gaat geven. Wat heeft deze therapie voor invloed op de uitkomsten. Onderlinge multidisciplinaire afstemming en samenwerking met betrekking tot wat deze nieuwe behandelingen bij SCLC kan betekenen voor de patiënt in het zorgpad.
2. Het immuun landschap van SCLC – Wat ziet de patholoog? – drs. Pieter van der Vorm, patholoog, ZGT
De kennis en kunde vergroten m.b.t. het immunologisch en histopathologisch profiel van SCLC en de implicaties voor therapiekeuze. Vanuit het perspectief van een patholoog. Welke uitkomsten laten de studies met imuunprofielen en resistentieprofielen zien bij SCLC. Hoe maak je een keuze welke patienten je welke behandeling gaat geven. Hoe hebben immuunprofielen invloed op de uitkomsten en behandelkeuzes. Onderlinge multidisciplinaire afstemming en samenwerking met betrekking tot wat deze nieuwe behandelingen bij SCLC kan betekenen voor de patiënt in het zorgpad.
3. Waar ligt de grens bij neo-adjuvante therapieën bij stadium III? – Prof. dr. Koen Hartemink, chirurg, AVL
De kennis en kunde vergroten m.b.t. neo-adjuvante strategieën (chemo-, chemo-immuno-, en eventueel doelgerichte therapieën) bij stadium III NSCLC en de operabiliteit. Vanuit het perspectief van een chirurg. Welke uitkomsten laten de studies met neo-adjuvante therapieen zien bij stadium III NSCLC. Hoe maak je een keuze welke patienten je welke behandeling gaat geven. Wat heeft deze therapie voor invloed op de uitkomsten. Onderlinge multidisciplinaire afstemming en samenwerking met betrekking tot wat deze nieuwe behandelingen bij stadium III NSCLC kan betekenen voor de patiënt in het zorgpad.
4. Timing is everything: Up front radiotherapie bij asymptomatische EGFR+ patiënten? – dr. Peter van Rossum, radiotherapeut, AUMC
Doel: De kennis en kunde vergroten m.b.t. de plaatsbepaling van (stereotactische) radiotherapie bij asymptomatische EGFR-gemuteerde NSCLC-patiënten in de context van TKI-therapie. Vanuit het perspectief van een radiotherapeut-oncoloog. Welke uitkomsten laten de studies zien bij EGFR+ NSCLC. Hoe maak je een keuze welke patienten je up front gaat behandelen. Wat heeft deze therapie voor invloed op de uitkomsten. Onderlinge multidisciplinaire afstemming en samenwerking met betrekking tot wat deze nieuwe behandelingen bij EGFR+ NSCLC kan betekenen voor de patiënt in het zorgpad.
Competenties







